VZW
Vzw-verplichtingen

(On)Roerende voorheffing

22 jan. 2022
ADBM Sessie 6 30102019 0029

De roerende voorheffing is een belasting op de roerende inkomsten van jouw werking. Dit gaat o.a. over spaarboekjes en dividenden. De onroerende voorheffing is er voor de eigenaren van gronden en gebouwen.

Onroerende voorheffing

Eigenaars van gronden en gebouwen moeten jaarlijks onroerende voorheffing betalen. Voor jeugdhuizen geldt dat sinds een tijdje niet meer. Toch ben je best even waakzaam.

Iemand die zijn grond of gebouw ter beschikking stelt van een jeugdvereniging, hoeft daarvoor sinds 2016 geen onroerende voorheffing meer te betalen. Deze informatie is belangrijk voor:

  • jeugdhuizen die zelf eigenaar zijn van hun gebouw;
  • jeugdhuizen die een gebouw (of lokaal) huren van een particuliere eigenaar.

Kortom: als je gebouw geen eigendom is van de gemeente, is dit voor jou belangrijk. Als de eigenaar die belasting toch nog per vergissing zou betalen, rekent ze die immers door aan je werking

Voor het decreet van 2016 moest je het via een bezwaarschrift laten weten aan de Vlaamse Belastingdienst als je vrijgesteld kon worden van onroerende voorheffing. Nu krijg je die vrijstelling automatisch. Dat is te danken aan het jeugdwerk en een groot aantal Vlaamse gemeenten. Zij deden het voorbije jaar heel wat inspanningen om de nodige gegevens aan de Belastingdienst te bezorgen. In de toekomst willen we er ook voor blijven zorgen dat alle data kloppen en iedereen die een vrijstelling verdient die ook krijgt.

Maar die werkwijze staat nog niet helemaal op punt en dus kun je toch nog een aanslagformulier toegestuurd krijgen. Dat kan door eventuele onduidelijkheden, ontbrekende gegevens, een gebouw dat nog een andere functie heeft of een andere administratieve reden. Let dus goed op!

Krijg je een aanslagbiljet, teken dan binnen de drie maanden na ontvangst bezwaar aan om alsnog te genieten van de vrijstelling van onroerende voorheffing.

Hoe je dat moet doen, lees je hier hier.

Roerende voorheffing

  • Als je als initiatief een lokaal of zaal met meubels, installatie … verhuurt.
  • Ook andere inkomsten kunnen onder het stelsel van de roerende voorheffing vallen. Enkele voorbeelden:
    • Het jeugdhuis wordt op bepaalde momenten uitgebaat door derden. Als hier tegenover een vergoeding staat dan is er op de winsten roerende voorheffing verschuldigd. Deze voorheffing is enkel verschuldigd op de netto-inkomsten, dus na aftrek van de onkosten.
    • De vrijstellingen die van toepassing zijn in de personenbelasting (intresten, dividenden van coöperatieve vennootschappen) zijn niet van toepassingen op vzw’s. Als de bank of de coöperatie de inhouding van 25% niet doet, dan dient de vzw dit aan te geven.

25% op het aangegeven bedrag. Dit bedrag moet voldaan zijn voor 15 januari van het jaar volgend op het jaar waarop de inkomsten verworven zijn. Aangifte gebeurt via formulier 273.
Gezien een verhuur bijna altijd onroerend goed en roerende goederen omvat, moet je 40% van de verhuurprijs nemen als roerende inkomsten.

Let op

Formaat adviseert om geen commerciële verhuur te doen, tenzij je jeugdhuis hiervan financieel afhankelijk is. Neem in je statuten op dat het een doelstelling is om je lokalen ter beschikking te stellen aan je leden en aan de jeugdverenigingen in je gemeente. Zo loop je ook geen kans om gemengd btw-plichtig te worden.

Neem contact op:

De Wittestraat 2, 2600 Berchem

Bereikbaar op ma-vrij van 10-16u

Neem contact op