Mentaal welzijn

Hoe OverKop en jeugdhuizen elkaar sterker maken

15 dec 2025
Over Kop Peer

De felblauwe raamstickers van OverKop zie je steeds vaker opduiken. Ondertussen zijn er bijna 70 OverKop-huizen in Vlaanderen. Jongeren kunnen er terecht met vragen over hun mentaal welzijn. Maar ze kunnen er ook gewoon even langskomen om te ontspannen of hun zorgen los te laten.

Met die groei komen er ook steeds meer vragen bij Formaat binnen: “Hoe werken we als jeugdhuis samen met een OverKop-huis?” “Kunnen we dezelfde ruimte gebruiken?” “Is OverKop geen concurrentie voor ons jeugdhuis?” Tijd om op onderzoek te gaan.

Zo doen ze het in De Bak

In Peer vind je jongerencentrum De Bak. Jongeren kunnen er chillen, repeteren met hun band, vergaderen of zelf een project opstarten. Maar ze kunnen er ook terecht met vragen bij OverKop of het JAC (Jongerenadviescentrum). Sinds kort doen de medewerkers van OverKop ook het omgekeerde: ze wachten niet tot jongeren langskomen, maar zoeken zelf contact. Ze stappen af op jongeren met vragen, ook buiten de muren van het jongerencentrum.

Hoe werkt dat precies, zo’n samenwerking tussen een jeugdhuis en OverKop? We vroegen het aan Daan van OverKop Peer en Koen van Arktos, die het OverKop-netwerk in Limburg mee coördineert.

Samen in huis, elk z’n plek

Zodra je binnenstapt in jongerencentrum De Bak, voel je het: hier leeft het. Links vind je het jeugdhuis, beneden is er een eventkelder en boven zijn er vergaderzalen, een repetitiekot en gespreksruimtes van het JAC. 

“Helemaal vanboven op zolder zit OverKop,” vertelt Daan Swinnen, medewerker bij OverKop Peer. “In het weekend gebruikt de Kunstacademie die ruimte, en bij optredens is het backstage voor artiesten. Dus ja, er gebeurt veel [lacht]”. 

“Het is een werk van veel overleg en contact om al die programma’s op elkaar af te stemmen, want iedereen doet hier zijn ding, dus samenwerking is wel echt belangrijk.”

Formaat: Hoe pakken jullie dat in de praktijk aan? 

Daan: “Bij ons in huis doen we dat door te praten en te overleggen over wat we plannen. Elke week overlegt de OverKop-werking met onze partners in huis: het JAC, de jeugddienst en Arktos. Zo blijven we op de hoogte van wat er leeft bij jongeren. Via onze collega Dries van Arktos, die vindplaatsgericht werkt, krijgen we ook signalen van op de pleintjes en uit de deelgemeentes.”

Koen: “En er is sinds kort ook een tienerwerking, hier in het gebouw. Twee keer per week komen jongeren tussen 12 en 16 jaar samen. Ze zijn nog net iets te jong voor het jeugdhuis of OverKop.”

Daan: “Klopt. Die werking loopt goed. Soms bouwen we samen programma’s op, bijvoorbeeld over weerbaarheid of veerkracht. Imani van het JAC komt hier dan mee lunchen of een activiteit doen. Zo leren jongeren haar kennen en weten ze sneller de weg naar het JAC te vinden.”

Formaat: Hoe zorgen jullie ervoor dat die samenwerking niet alleen praktisch, maar ook inhoudelijk gebeurt?

Daan: “Met het jeugdhuis werken we vooral praktisch samen: zij bevoorraden onze bar, we delen ruimtes zoals het repetitiekot, en af en toe organiseren we iets samen. Maar inhoudelijk gebeurt dat nog niet zo vaak.”

Koen: “Toen we met ons OverKop-netwerk besloten om rond psycho-educatie te werken, hebben we daar wel een inhoudelijke link gelegd. Psycho-educatie betekent dat we onze manier van werken rond jongerenwelzijn delen met andere jeugdwerkingen. We bouwen bruggen. Zo kunnen we jeugdwerkingen ondersteunen bij vragen over welzijn.”

Wie kent wie? Dat maakt het verschil

Formaat: Hoe zijn jullie met die samenwerking gestart?

Daan: “We zijn daar ongeveer een jaar geleden mee begonnen. We wilden weten welke vragen er leven bij jeugdwerkingen. In elke gemeente zochten we uit wie er actief was, en we namen contact op. Soms hadden we een gesprek, soms kregen we antwoorden via mail. We vroegen ook telkens om een contactpersoon voor verder contact.”

Koen: “Dat liep met wisselend succes [lacht]”.

Daan: “Ja, soms moest je echt zoeken naar een telefoonnummer of mailadres. Het was trekken en sleuren. Maar we leerden er veel uit.”

Formaat: zoals wat? 

Daan: “Dat er niet altijd vragen zijn, en dat je ze ook niet moet opdringen. Soms is het genoeg dat jeugdwerkingen weten dat ze kunnen bellen. Daarom maakten we posters met een QR-code. Als je die scant, kom je op een formulier. Daar kan je een vraag stellen. Wij antwoorden binnen de week.”

Koen: “We leerden dat samenwerking begint met gekend zijn. Als mensen weten wie je bent, durven ze sneller iets vragen. Daarom vroegen we altijd om een contactpersoon. Zo leg je een lijntje tussen onze werking en die van het jeugdwerk in de buurt.”

Formaat: Hoe zorg je dat die samenwerking niet als een verplichting aanvoelt?

Daan: “Door te blijven aanklampen. Niet één keer bellen en dan niks meer. We proberen regelmatig aanwezig te zijn op jeugdraad of overlegmomenten.”

“De grootste valkuil? Denken dat één contactmoment genoeg is. Als je niet blijft aanklampen, verwatert het snel.”

Koen Derickx
coördinator Arktos Limburg
IMG 2723 comr

Formaat: Wat doen jullie met de signalen en vragen die jullie binnenkrijgen?

Daan: “Op basis van de gesprekken met contactpersonen en de vragen die we krijgen, hebben we een aantal trainingen uitgewerkt. Die duren zo’n anderhalf tot twee uur en gaan over thema’s zoals pesten, verontrustende signalen en groepsdynamica. Vooral jeugdbewegingen hebben daar interesse in.”

Koen [knikt instemmend]: “We letten erop dat we niet te veel focussen op zware hulpverlening. Elke vraag is goed. Het hoeft niet altijd over ‘zware gevallen’ te gaan. Soms is het al waardevol om jongeren te leren hoe ze samen problemen kunnen aanpakken.”

Hoe het werkt in Peer:

  • OverKop stuurde een bevraging uit om te weten welke welzijnsvragen leven in het jeugdwerk.
  • Elke jeugdwerking kreeg een poster met een QR-code. Via die code kan je een vraag stellen. Binnen de week krijg je een antwoord, een tip of een doorverwijzing.
  • OverKop biedt korte trainingen aan over thema’s die vaak terugkomen in die vragen. Denk aan pesten, groepsdynamiek of omgaan met signalen. Die sessies gaan door in het OverKop-huis, of bij de jeugdwerking zelf.

Elke werking duidt een contactpersoon aan. OverKop probeert die contactpersonen regelmatig samen te brengen voor overleg en uitwisseling.

Een warm netwerk bouw je samen

Tijdens het hele gesprek valt één woord vaak: netwerk. Niet zomaar een lijstje organisaties, maar een warm geheel van mensen die er willen zijn voor jongeren, ook als er (nog) geen vragen zijn.

Koen: “Zo’n netwerk vormen, is echt samen werken. Ik zeg de woorden bewust apart, want samenwerken is echt werk. Het gebeurt niet vanzelf. Je moet er tijd en energie in steken.”

Daan: “We zien dat hier elke dag gebeuren, in het jongerencentrum en in onze samenwerking met de jeugdbewegingen in de regio.”

"Ik hoop dat jeugdverenigingen het ooit als een meerwaarde zien en niet als een verplichting, want we doen het vooral om hen te helpen bij de echt moeilijke vragen, waar ze zelf niet meteen mee aan de slag kunnen."

Daan Swinnen
medewerker OverKop Peer

Begin klein. Leer groot.

Om er echt te zijn voor jongeren met vragen rond welzijn, is meer nodig dan een goed idee. Het vraagt tijd, geduld en samenwerking. En dat verloopt niet altijd vanzelf, maar dat is net goed. In het jeugdwerk proberen we, vallen we, leren we, en doen we opnieuw. Samenwerken is niet anders: het groeit met kleine stappen, van kennismaken tot echt samenwerken. 

Concrete tips voor samenwerking

  1. Investeer in eerste contact: een warme kennismaking bepaalt veel.
  2. Zorg dat je gekend bent: dat ze weten wat je doet en wat je niet doet.
  3. Werk op maat: vraag wat jeugdwerk nodig heeft.
  4. Versterk vrijwilligers: geef hen tools om signalen te herkennen.
  5. Blijf communiceren: houd elkaar op de hoogte van signalen en activiteiten.

Wil jouw organisatie samenwerken met OverKop? Neem contact op met het dichtstbijzijnde OverKop-huis en ontdek hoe jullie elkaar kunnen versterken. https://www.overkop.be/huizen

Weet je niet goed hoe hieraan te beginnen? Contacteer Formaat!

Neem contact op:

De Wittestraat 2, 2600 Berchem

Bereikbaar op ma-vrij van 10-16u