In nogal wat gemeentes lijken oude tradities op hun laatste benen te lopen. Gemeenschapsinfrastructuur bestaat nog, en ze wordt ook gebruikt, maar bestuurders zijn stilaan aan het dromen over hun ‘vrijwilligerspensioen’. Er ontbreekt helaas één belangrijk element: opvolging.
In jongerenwerk voltrekt zich dezelfde evolutie: volk genoe om te komen, maar het lijkt wel of er steeds minder jongeren zijn die de organisatie in handen willen nemen. Wat is er hier aan de hand? Of wat zien we niet?
[Dit artikel verscheen in maart in magazine 'Lokaal' van VVSG, gericht op leidinggevenden in lokale besturen.]
Aandacht op de praktijk
Evoluties zien, vraagt een aandachtige blik. Vrijwilligerswerk is niet dood, maar het verandert wel. Terwijl traditionele bestuursfuncties en langdurige engagementen teruglopen, zien we een opmars van kortere, taakgerichte initiatieven. Jongeren kiezen vaker voor flexibele en informele manieren om zich in te zetten. Hoe kunnen gemeenten en organisaties zicht krijgen op deze nieuwe vormen van betrokkenheid en engagement? En hoe kunnen ze ze ondersteunen?

Met dit artikel haalde Formaat de cover van het magazine 'Lokaal' van VVSG
Vrijwillig engagement in verandering
Vrijwilligerswerk evolueert mee met de samenleving. Waar verenigingen vroeger konden rekenen op vrijwilligers die jaren bestuursfuncties vervulden, zien we nu steeds meer episodische engagementen. Dat soort meer afgebakend en soms taakgericht vrijwilliger-zijn sluit beter aan bij het drukke leven van jongeren. Maar zich inzetten doen ze nog altijd, op verschillende manieren en in zowel formele als informele settings.
Dat blijkt onder meer uit bevindingen van Bataljong. De vereniging voor sterk jeugdbeleid stelt vast dat hetzelfde geldt voor jongeren met een kwetsbare achtergrond, bijvoorbeeld jongeren uit gezinnen met financiële moeilijkheden of jongeren met een beperking. Zij vinden minder aansluiting bij traditionele structuren, maar engageren zich op andere, informele manieren, los van organisaties en vaste structuren.
Als we kijken naar de motieven om vandaag aan vrijwilligerswerk te doen, dan staan waarden (zich inzetten voor anderen en humanitaire waarden uitdrukken), persoonlijke vooruitgang (zelfontwikkeling) en leren (kennis, vaardigheden en competenties opdoen) voorop. Het belang dat mensen aan de maatschappelijke rol van hun vrijwilligerswerk hechten, blijkt de belangrijkste motivator.
De lokale ambtenaar als gids
Motivatie genoeg dus, maar jongeren stuiten vaak op administratieve barrières. Vzw’s moeten bijvoorbeeld voldoen aan complexe regels en procedures om in orde te blijven, denk maar aan het omslachtige wijzigen van statuten, belastingaangiftes en het UBO-register. Voor jongeren die een initiatief starten, zijn zulke regels een zware drempel. Uit onderzoek van Vives blijkt dat voor zulke jonge initiatiefnemers de lokale ambtenaar de gids bij uitstek is. Zeker wanneer die flexibel genoeg is om met de grilligheid van jongeren en hun tijdsindeling om te gaan.
Gemeenten kunnen dus veel betekenen door jongeren te begeleiden in deze procedures, maar vooral door eigen reglementen (bijvoorbeeld voor subsidies) te vereenvoudigen of omslachtige procedures te veranderen of zelfs deels los te laten.
Vaak loopt de praktijk voorop in het opvangen van de signalen die vanuit de omgeving komen en in de omgang ermee. Een paar voorbeelden uit de realiteit.
In Londerzeel merkte men al snel op dat de aanleg van een nieuw skateterrein aan de sportvelden een grote groep skateboarders samenbracht. Dankzij een open houding van de jeugddienst kregen zij de ruimte om zelf invulling te geven aan de plek. De jongeren bouwden een overdekte zitplek aan het skateterrein, de gemeente ondersteunde. De jongeren wilden skatelessen aanbieden, de jeugddienst leverde budget en communiceerde mee.
Dankzij de open blik en de aandacht van de jeugddienstmedewerker – en een aanpassing van het subsidiereglement – werd Skateteenforty vzw erkend als jeugdvereniging en kon ze rekenen op een eerste ondersteuning. Hierdoor kon de organisatie op eigen initiatief ook fondsen zoeken en met eigen inzet hun skatepark verder uitbouwen. Ze beslisten een beginnerspark te bouwen om zo meer jonge skaters de kans te geven aan te sluiten bij de community. Het is een sterk voorbeeld van hoe een plek een vereniging kan baren en hoe je als dienst engagement kunt oppikken, ondersteunen en doen groeien.
In Beerse wilde het lokale bestuur haar outreach naar jongeren verbeteren. Het kocht hiervoor een trailer waarmee het langs verschillende wijken trekt. Deze ‘barak’ biedt ruimte voor sport, ontmoeting en creatieve projecten. Ontmoeting met jongeren (-16 en +16) en hun ouders staat centraal. Het doel is een plek te bieden aan jongeren die elders niet per se aansluiting vinden, verbinding te maken met die jongeren en hun ouders, met verschillende diensten en met partnerorganisaties die de jongeren kennen. Zo bereiken ze jongeren die elders geen aansluiting vinden, en versterken ze tegelijkertijd de band met buurtbewoners. Dit type project toont hoe een eenvoudig, flexibel initiatief jongeren kan aanspreken en activeren. Het vraagt van de begeleidende diensten wel af en toe buiten de lijntjes van de vaste opdracht te kleuren, en zich soms midden in de relaties van de buurt te zetten (ook wanneer er bijvoorbeeld spanningen zijn).
Waar verschillende jeugdhuiswerkingen in de regio komen en gaan, blijft De Stip in Ham zo te zien eeuwig bestaan. Voor een groot deel is het succes te danken aan de verhouding tussen jeugdhuis en jeugddienst. In Ham is die heel innig; ze komen vaak bij elkaar over de vloer.
De ambtenaren van de jeugddienst ondersteunen de jonge vrijwilligers van het jeugdhuis waar dat nodig is. Voornamelijk bij administratie, financieel beheer en vergunningen gidsen zij de jongeren door de soms moeilijke procedures. Het resultaat is dat de jongeren meer tijd hebben om te doen wat ze willen doen: iets organiseren voor andere jongeren.
Stedelijk leiders zijn jongeren die eigen initiatieven opzetten en een sterk engagement opnemen voor de kinderen en jongeren uit hun buurt en stad. De vrijwilligers van organisaties als Loupix en Nakama organiseren kampen en wekelijkse activiteiten voor kinderen in kansarmoede. Ze houden de kosten zo laag mogelijk, zoeken oplossingen waar dat nodig is. Daarbij moeten ze zelf vooral kunnen terugvallen op toegankelijke, aanspreekbare stadsdiensten en reglementering die meer aangepast is aan hun manier van werken. Ze vragen ook dat beleidswerkers kennismaken met hen en met wat ze doen, om begrip en vertrouwen te vergroten. De steun van organisaties zoals Formaat en JES vzw – met opleidingen en administratieve hulp – maakt het mogelijk deze initiatieven duurzaam te ontwikkelen.
Door de jonge skaters te erkennen als een vereniging openden we zo veel meer mogelijkheden om echt samen te werken met jongeren. En daar wint iedereen bij.
Praktisch aan de slag
Deze voorbeelden leren ons dat we er goed aan doen op de continue veranderingen van engagement in te haken en mee te waaien met de nieuwe wind. De gemeente is immers onmisbaar als ‘mogelijkmaker’: een ambtenaar die flexibel meedenkt, snel schakelt en ruimte biedt voor spontane initiatieven. De ideale ambtenaar is hier een lokale werker die met de voeten stevig in de praktijk staat, met het hoofd in de administratie en de handen vrij om ze uit de mouwen te steken. Zij of hij is meer coach dan regelgever en biedt niet alleen financiële steun, maar ook praktisch advies, zoals hulp bij zaalgebruik, communicatie of administratie.
Ze kijken ook met een radicale openheid naar ieder initiatief. Wat van onderuit groeit, volgt vaak zijn eigen organische pad en houdt weinig rekening met de ordeningslogica van een administratie of wetgever. Eerder kijkt het naar wat zich aandient, naar kansen die opeens opborrelen, naar mogelijke samenwerking. Vertrouwen is essentieel: het is belangrijk dat gemeenten jongeren en hun initiatieven serieus nemen. Het is vaak een kwestie van bouwen op elkaar en met elkaar.
Een initiatief start bijvoorbeeld met wekelijks georganiseerd voetbal. Binnen de groep leeft er veel goesting rond muziek maken. Gaandeweg groeit er aan het voetbalclubje een groep gasten die muziek maken en opnemen aan het clublokaal. Een paar gasten organiseren naast de trainingen ook fitness door de week. Een van de vriendinnen gebruikt de zaal voor danslessen, van daaruit groeit een meisjeswerking in de wijk, en ga zo maar voort.
De ambtenaar in dit voorbeeld stond voldoende dicht bij het initiatief om snel signalen op te pikken, en ging dan samen met de initiatiefnemers kijken naar wat er nodig is om de kansen te realiseren. Daarbij speelde ze vooral voor ondersteuner, gids en verbinder: door echt op maat te werken, vertrouwen te schenken en de verbinding te zoeken met andere diensten binnen de gemeente, kreeg de werking vanuit verschillende hoeken de steun die ze nodig had om alle kansen te doen opbloeien. Dat gaat overigens niet (enkel) over financiële steun, maar evenzeer over korting bij gebruik van gemeentelijke zalen, logistieke ondersteuning en raad bij zakelijk beheer.
Het is trouwens niet enkel een kwestie van ‘de juiste mens op de juiste plek’, het vraagt ook een open blik op de aansturing van het lokale ambtenarenkorps. Zo goed als alle ambtenaren in onze good practices krijgen het vertrouwen van hun leidinggevende om mee sturing te geven aan het beleid dat initiatieven omkadert. Anders gesteld: ze worden terecht in een positie van expert gezet. Ze bepalen mee wat er nodig is en hoe het moet gebeuren. Ze krijgen tijd om te werken aan een sterk netwerk en om ruimte om te zoeken naar de best mogelijke ondersteuning op maat van de initiatieven. De effecten ervan zijn niet alleen positief voor het werkveld, uit de verzamelde verhalen blijkt ook dat de ambtenaar meer werkplezier vindt en langer in dienst blijft dan de gemiddelde (jeugd)ambtenaar.
Sinds 2019 staat Formaat als ondersteuner in voor meer en sterker open jeugdwerk. Die term is de verzamelnaam voor werkingen opgestart en gerund door jongeren, voor jongeren. De meeste open jeugdwerkingen kennen we als jeugdhuis. Daarnaast zien we allerlei initiatieven die dezelfde bouwstenen en methodiek hanteren, maar zichzelf geen jeugdhuis noemen. Denk aan jeugdcentra, jeugdclubs, pleinwerkingen, zelforganisaties, outreachend werk of vindplaatsgericht werk.
Met die verbreding naar open jeugdwerk kiest Formaat radicaal voor de openheid waar jongeren in hun engagement en ondernemerschap om vragen.
Sociaal-sportieve werkingen zijn sportorganisaties die elementen van sportvereniging en duurzame sportbeoefening combineren met de wens om sociale inclusie en cohesie te bevorderen. Ze passen daarvoor hun organisatiecultuur en -structuur aan om tegemoet te komen aan de behoeften van hun vaak minder kansrijke doelpubliek.